ECLI:NL:RBUTR:2009:BH4399
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Wijna
- R.P. den Otter
- M.P. van der Burg
- Rechtspraak.nl
Bepaling heffingsgrondslag OZB voor verzorgingshuizen en toerekening grond aan woon- of niet-woningdeel
De rechtbank Utrecht behandelde beroepen tegen aanslagen onroerende zaakbelasting (OZB) opgelegd aan een stichting voor meerdere verzorgings- en verpleeghuizen. De kern van het geschil betrof de toerekening van de grond aan het woondeel dan wel het niet-woningdeel van deze onroerende zaken.
Eiseres stelde dat de grond naar rato van de waarde van de opstal verdeeld moest worden tussen woon- en niet-woningdeel, wat zou leiden tot een vermindering van de heffingsgrondslag. Verweerder handhaafde de aanslagen en beriep zich op de wettelijke bepalingen in de Gemeentewet en de Wet WOZ, waarbij de grond niet als zelfstandig gedeelte kan worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de grond gemeenschappelijk in gebruik is voor zowel het woon- als het niet-woningdeel en dat er geen aanwijsbare delen van de grond hoofdzakelijk ten dienste staan van het wonen. Hierdoor kan de grond niet worden toegerekend als een zelfstandig gedeelte aan het woondeel. De waarde van de grond mag derhalve niet buiten de heffingsgrondslag worden gelaten. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen OZB worden ongegrond verklaard en de grondwaarde mag niet naar rato van woon- en niet-woningdeel worden toegerekend.