ECLI:NL:RBUTR:2008:BG1756
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoeken tegen rechters in bestuursrechtelijke beroepsprocedures
In deze bestuursrechtelijke procedure hebben gemachtigden namens partijen wrakingsverzoeken ingediend tegen de rechtbank Utrecht en drie rechters die betrokken waren bij de behandeling van hun beroepszaken. De verzoeken betroffen vermeende onpartijdigheid en vooringenomenheid, onder meer naar aanleiding van eerdere zittingen en een telefoongesprek.
De rechtbank oordeelt dat wraking van de rechtbank als geheel niet mogelijk is en verklaart dat verzoek niet-ontvankelijk. Het wrakingsverzoek tegen één rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van feiten die twijfel aan haar onpartijdigheid rechtvaardigen. Het verzoek tegen een andere rechter wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend en niet bedoeld is om onjuiste rechterlijke uitspraken aan te vechten, waarvoor hoger beroep openstaat.
Ten aanzien van de derde rechter concludeert de rechtbank dat de procedurele beslissing om een zitting niet uit te stellen niet wijst op vooringenomenheid, ondanks dat dit betekende dat stukken uit hoger beroepsprocedures niet konden worden ingebracht. De wrakingsverzoeken worden derhalve afgewezen, en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing. Tegen deze beslissing is geen afzonderlijk hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken tegen de rechtbank en rechters worden niet-ontvankelijk verklaard of afgewezen; procedure wordt voortgezet.