ECLI:NL:RBUTR:2008:BG0761
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.H. van Meegen
- R.F.B. van Zutphen
- M.P. van der Burg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling en objectafbakening zorgcomplex volgens Wet WOZ
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van tien onroerende zaken op de locatie [locatie] te [P], met name de objectafbakening en waardebepaling. Verweerder had de waarden vastgesteld rekening houdend met herinrichtingsplannen en wijziging van bestemming op grond van artikel 19 van Pro de Wet WOZ, waarbij de toestandsdatum werd gesteld op 1 januari 2005.
De rechtbank oordeelde dat de plannen voor herinrichting op die datum in een vergevorderd stadium waren en derhalve als bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 19 Wet Pro WOZ moesten worden meegewogen. De objectafbakening als tien afzonderlijke onroerende zaken werd bevestigd, omdat er geen samenstel was volgens artikel 16 Wet Pro WOZ, gelet op het ontbreken van samenhang en bouwkundige verbondenheid.
Het taxatierapport van 8 oktober 2007, waarin rekening werd gehouden met de voorgenomen herontwikkeling, werd als voldoende onderbouwing gezien. De rechtbank vond dat verweerder met de waardebepaling en de gehanteerde correcties voor waardedrukkende onzekerheden voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarden niet hoger waren dan de economische waarde op 1 januari 2005.
Eiseres slaagde er niet in aan te tonen dat het taxatierapport onjuist was en de overige aangevoerde gronden boden geen aanleiding tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de WOZ-waardebepaling wordt ongegrond verklaard.