ECLI:NL:RBUTR:2008:BD8519
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Loonstra
- Rechtspraak.nl
Arbeidsvoorwaarden bij overgang onderneming en beperking persoonlijke toeslag
De zaak betreft een geschil over de toepassing van arbeidsvoorwaarden na de overgang van schoonmaakwerkzaamheden van UWV naar een nieuwe werkgever, waarbij de werknemer aanspraak maakt op het behoud van zijn persoonlijke toeslag conform de oude CAO.
De werknemer trad in dienst bij de rechtsvoorganger van de werkgever en maakte gebruik van de CAO-UWV. Na de overgang van onderneming is een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over de toepassing van de CAO Schoonmaak en de persoonlijke toeslag die het verschil in arbeidsvoorwaarden compenseert. De werkgever wilde de toeslag vanaf 2010 verminderen met CAO-verhogingen, hetgeen de werknemer betwist.
De rechtbank oordeelt dat op grond van art. 7:662 e.v. BW en art. 14a Wet CAO de rechten en plichten uit de arbeidsovereenkomst en CAO van de vervreemder van rechtswege overgaan op de verkrijger. De bepalingen uit het convenant en de arbeidsovereenkomst die afwijken van deze dwingendrechtelijke regeling zijn niet rechtsgeldig. De werkgever is niet gerechtigd de toeslag te verminderen zoals beoogd.
De rechtbank wijst het verweer van de werkgever af dat harmonisatie van arbeidsvoorwaarden of ETO-redenen dit zouden rechtvaardigen. Ook het argument van ongelijke behandeling wordt verworpen, omdat het behoud van rechten uit de arbeidsovereenkomst prevaleert. De vordering van de werknemer wordt toegewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is niet gerechtigd om per 1 april 2010 de persoonlijke toeslag van werknemer te verminderen met CAO-verhogingen.