ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7507

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
16 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 08-1555
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WROArt. 44 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing bouwvergunning en vrijstelling voor heliplatform wegens onvoldoende grondslag

De Rechtbank Utrecht behandelde op 16 juli 2008 het verzoek tot voorlopige voorziening tegen besluiten van 28 mei 2008 van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Deze besluiten betreffen de verlening van een vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro en een bouwvergunning voor het wijzigen van de hoogte van een bedrijfspand en het plaatsen van een heliplatform.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het aanleggen van een heliplatform niet kan worden beschouwd als ondergeschikt verkeer of parkeren binnen de bestemming bedrijfsdoeleinden. Het heliplatform heeft een aanzienlijke ruimtelijke impact en is geen gebruikelijke activiteit binnen de milieucategorieën 1 tot en met 4. Hierdoor is een vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro noodzakelijk.

Omdat deze vrijstelling ontbrak, was er onvoldoende grondslag voor het verlenen van de bouwvergunning. De rechtbank wees het verzoek toe, schorste de besluiten tot zes weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelde de gemeente Utrecht tot betaling van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank schorst de bouwvergunning en vrijstelling voor het heliplatform wegens onvoldoende grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
zaaknummer: SBR 08/1555
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2008
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
verweerder.
Inleiding
1.1 Het verzoek heeft betrekking op verweerders besluit van 28 mei 2008, waarbij aan Ebag Vastgoed Utrecht B.V. te Ede (verder: de vergunninghouder) op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstelling is verleend voor het wijzigen van de hoogte van het bedrijfspand met kantoor op het perceel Meijewetering 21 te Utrecht. Het verzoek heeft tevens betrekking op een besluit van verweerder van diezelfde datum waarbij aan vergunninghouder een bouwvergunning is verleend voor deze wijziging van de hoogte en het plaatsen van een heliplatform op het bedrijfspand.
1.2 Het verzoek is op 16 juli 2008 ter zitting behandeld, waar namens verzoekster is verschenen drs. C. van Oosten, werkzaam bij het Bureau Rechtsbescherming. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Krak, werkzaam bij de gemeente Utrecht. Namens de vergunninghouder zijn verschenen B. Kruitbosch (algemeen directeur ETICS), F. van der Ploeg (adviseur bij Peutz B.V.) en B. Verbeek (A12 architecten).
Beslissing
2.1 Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en:
- het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen;
- de besluiten van 28 mei 2008 geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissing op bezwaar;
- verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 644,-, te betalen door de gemeente Utrecht;
- bepaald dat de gemeente Utrecht het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,- aan haar vergoedt.
Gronden
3.1 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, anders dan verweerder heeft aangenomen, voor het aanleggen van een heliplatform een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de WRO nodig. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat in het geldende uitwerkingsplan De Wetering Noord aan het perceel de bestemming bedrijfsdoeleinden is toegekend, met daaraan ondergeschikt verkeer en verblijf en parkeervoorzieningen. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening heeft het aanleggen van een heliplatform een aanzienlijke impact en kan derhalve niet worden gesproken van ondergeschikt verkeer of parkeren. Daaraan voegt de voorzieningenrechter toe dat het aanleggen en gebruikmaken van een heliplatform niet een activiteit is die gebruikelijk is bij bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 4. Het aanleggen van het heliplatform past naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet binnen de bepalingen van het bestemmingsplan en verweerder zal moeten beoordelen of hij bereid is hiervoor vrijstelling te verlenen. Aangezien de benodigde vrijstelling op dit moment ontbreekt, staat gelet op het bepaalde in artikel 44 van Pro de Woningwet tevens vast dat onvoldoende grondslag bestaat voor het verlenen van de onderhavige bouwvergunning.
3.2 Nu het verzoek wordt toegewezen, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht.
3.3 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
De mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.J.H. van Meegen op 16 juli 2008.
Aldus opgemaakt door de griffier.
De griffier: De voorzieningenrechter:
mr. M.H.L. Debets mr. H.J.H. van Meegen
Afschrift verzonden op: