ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6459

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
12 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
244201/ HA RK 08-83
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 lid 5 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen wrakingskamer in bestuursrechtelijke procedure

In deze bestuursrechtelijke procedure bij de rechtbank Utrecht heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer die eerder een wrakingsverzoek van hem tegen een rechter had behandeld. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een rechter gewraakt kan worden wegens schending van onpartijdigheid, maar dat de wet niet voorziet in wraking van de wrakingskamer zelf. Bovendien is in artikel 8:18 lid 5 Awb Pro bepaald dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat.

Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer ingediend nadat eerder een wrakingsverzoek tegen een rechter niet-ontvankelijk was verklaard. Daarnaast is een lid van de wrakingskamer overleden, waardoor het verzoek voor zover gericht tegen deze persoon eveneens niet-ontvankelijk is. De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek van verzoeker daarom niet-ontvankelijk.

De beslissing is genomen door een meervoudige kamer zonder mondelinge behandeling en is openbaar uitgesproken. De griffier draagt zorg voor toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen en functionarissen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen de wrakingskamer wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK UTRECHT
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 244201 / HA RK 08-83
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 12 maart 2008
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: [verzoeker],
tegen
mr. [x],
mr. [y],
mr. [z],
respectievelijk voorzitter en leden van de wrakingskamer,
hierna te noemen: de wrakingskamer.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Op 7 februari 2008 is ter griffie van deze rechtbank de eerste vier bladzijden van een faxbericht van 2 januari 2008 van [verzoeker] ontvangen, inhoudende een tegen de wrakingskamer gericht wrakingsverzoek. Naar aanleiding van een daartoe strekkend telefonisch verzoek van een medewerker van de griffie heeft [verzoeker] op 27 februari 2008 het volledige wrakingsverzoek aan de rechtbank doen toekomen.
1.2. De voorzitter en de leden van de wrakingskamer hebben niet in de wraking berust.
1.3. De uitspraak is zonder mondelinge behandeling bepaald op heden.
2. De vaststaande feiten
2.1. Onder registratienummer SBR 06/1193 is bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, een procedure aanhangig tussen [verzoeker] en de gemeente Houten.
2.2. In deze procedure is op 20 november 2007 een zitting gehouden door mr. [A].
2.3. Op 29 november 2007 is ter griffie van deze rechtbank een fax van [verzoeker] ontvangen, met een tegen mr. [A] gericht wrakingsverzoek.
2.4. Bij beslissing van 21 december 2007 heeft de wrakingskamer [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn tegen mr. [A] gerichte wrakingsverzoek.
3. De beoordeling van het verzoek
3.1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2. Vast staat dat de wrakingskamer bij beslissing van 21 december 2007 het door [verzoeker] tegen mr. [A] ingediende wrakingsverzoek niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3.3. Nu mr. [y] op 29 februari 2008 is overleden moet het verzoek, voor zover het betrekking heeft op mr. [y], reeds op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.4. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de wrakingskamer een beslissing heeft gegeven op een wrakingsverzoek, de wraking te verzoeken van (de voorzitter en de leden van) die wrakingskamer.
In artikel 8:18 lid 5 Awb Pro is voorts bepaald dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat.
In verband hiermede zal [verzoeker] niet ontvankelijk worden verklaard in zijn bij fax van 2 januari 2008 (gedane en op 7 februari 2008 ter griffie ingekomen wrakingsverzoek.
4. De beslissing
De rechtbank:
4.1. verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
4.2. draagt de griffier op deze beslissing toe te zenden aan [verzoeker], aan de gemeente Houten, aan mrs. [x], mr. [z], aan mr. R.F.B. van Zutphen (sectorvoorzitter bestuursrecht van de rechtbank) en aan mr. H.AE. Uniken Venema (president van de rechtbank).
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Delft-Baas, mr. P. Bender en mr. M. ter Brugge, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2008.