ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5813
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling en verrekening bij ondeugdelijk uitgevoerd aannemingswerk
Partijen sloten in 2006 een aannemingsovereenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan een projectadres. Prince begon in juli 2006 met de werkzaamheden, maar Kooijmans stelde dat de oplevering ondeugdelijk was en dat Prince niet tijdig had opgeleverd. Kooijmans schakelde derden in om herstelwerkzaamheden uit te voeren, waarna Prince zijn werkzaamheden staakte.
De rechtbank overwoog dat weliswaar een termijn voor oplevering was afgesproken, maar dat deze niet als fatale termijn was overeengekomen. Daardoor was Prince niet door het enkele verstrijken van die termijn in verzuim geraakt. Wel stond vast dat Prince tekort was geschoten in de nakoming vanwege ondeugdelijke oplevering, en dat Prince op 28 februari 2007 zonder ingebrekestelling in verzuim was gekomen.
Kooijmans mocht daarom de betaling opschorten en zich beroepen op verrekening van haar schade. De rechtbank stelde vast dat de door Kooijmans gestelde herstelkosten en schadeposten grotendeels terecht waren en dat Prince slechts een deel van de gevorderde factuurbedragen kon vorderen.
Uiteindelijk werd Kooijmans veroordeeld tot betaling van EUR 36.063,15, terwijl de overige vorderingen, waaronder handelsrente en buitengerechtelijke kosten, werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Kooijmans moet EUR 36.063,15 betalen aan Prince na verrekening wegens ondeugdelijke oplevering.