ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5397
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Foppen
- M.P. Gerrits-Janssens
- P. Bernini
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van cocaïnehandel en aanwezig hebben van cocaïne
De rechtbank Utrecht heeft op 11 juni 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van de handel in cocaïne en het aanwezig hebben van cocaïne in verschillende hoeveelheden. De feiten betreffen een periode van 1 februari 2007 tot en met 12 februari 2008, waarbij de verdachte samen met zijn broers op grote schaal cocaïne verkocht en in bezit had.
Het bewijs bestond uit verklaringen van meerdere getuigen die de verdachte als dealer herkenden, aangetroffen cocaïne in de woning, auto en op de persoon van verdachte en medeverdachten, alsmede afgeluisterde telefoongesprekken. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte reeds voor augustus 2007 dealde en dat hij alle aangetroffen cocaïne samen met zijn broers aanwezig had.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat het aanwezig hebben van cocaïne alleen betrekking zou hebben op de hoeveelheden die bij de verdachte zelf waren aangetroffen. De gezamenlijke aanwezigheid werd bewezen door de gezamenlijke handel en de mate van bewustheid van de verdachte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden diverse voorwerpen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer, waaronder een auto die werd gebruikt voor de handel. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van cocaïnehandel en aanwezig hebben van cocaïne.