ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2391
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- M. van Delft-Baas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot voortzetting arbeidsongeschiktheidsuitkering na betwisting arbeidsongeschiktheidspercentage
Eiseres, een advocaat met een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Movir, vordert voortzetting van een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 50% en betaling van achterstallige bedragen nadat Movir de uitkering had beëindigd op basis van een nieuw arbeidsdeskundig rapport dat uitkwam op 21% arbeidsongeschiktheid.
De procedure betreft een geschil over de uitleg en omvang van het arbeidsongeschiktheidspercentage, waarbij meerdere medische en arbeidsdeskundige rapporten zijn overgelegd. Eiseres stelt dat de rapporten van de arbeidsdeskundigen onjuist zijn geïnterpreteerd en dat zij daadwerkelijk voor 50% arbeidsongeschikt is. Movir baseert zich op een systematiek waarbij het percentage arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld door een combinatie van medisch onderzoek, verzekeringsgeneeskundige beoordeling en arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat het oordeel van de medisch deskundigen over functionele beperkingen niet gelijkstaat aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en dat de arbeidsdeskundige rapporten, met name dat van [S], leidend zijn. Het rapport van [S] concludeert een arbeidsongeschiktheid van 21%, wat onder de verzekerde grens van 25% valt. De stellingen van eiseres over een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarom wijst de rechtbank de vordering van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten van Movir.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en beëindigt de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende bewijs van 25% of meer arbeidsongeschiktheid.