ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1426
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over pandrecht en betaling na conservatoir beslag bij faillissement
Rabobank heeft Weller & Verhoef gefinancierd en haar vorderingen verpand als zekerheid. Na conservatoir beslag door Rhumveld op vorderingen van Weller & Verhoef bij Boas, en het faillissement van Weller & Verhoef, betaalde Boas bedragen aan Rhumveld. Rabobank vordert betaling van Boas op grond van haar pandrecht.
Boas voert meerdere verweren, waaronder het ontbreken van een rechtsgeldig pandrecht, vernietiging van het bestuursbesluit wegens tegenstrijdig belang, ongeldigheid van verpanding van toekomstige vorderingen, en het recht om aan Rhumveld te betalen. De rechtbank oordeelt dat Rabobank een geldig pandrecht heeft, het beslag van Rhumveld niet aan Rabobank kan worden tegengeworpen, en dat Boas niet gerechtigd was betalingen aan Rhumveld te verrichten zolang het beslag conservatoir was.
Daarnaast bespreekt de rechtbank het beroep van Boas op verrekening van haar schuld met een tegenvordering wegens tekortkomingen van Weller & Verhoef. De rechtbank staat bewijslevering toe over het bestaan van deze tegenvordering en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het pandrecht van Rabobank geldig is, Boas niet gerechtigd was aan Rhumveld te betalen, maar staat bewijslevering toe over een tegenvordering van Boas.