ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0107
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zekerheidstelling proceskosten voor partij uit Verenigde Staten
In deze civiele procedure vordert Biocop International B.V. en medegedaagden dat eiser, woonachtig in de Verenigde Staten van Amerika, zekerheid stelt voor de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat deze vordering niet kan worden toegewezen omdat eiser als inwoner van de Verenigde Staten nationale behandeling geniet op grond van het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen Nederland en de VS uit 1956. Hierdoor kan niet van eiser worden verlangd zekerheid te stellen.
De rechtbank wijst de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt Biocop c.s. in de kosten van het incident. Daarnaast beveelt de rechtbank een comparitie van partijen, bijgestaan door advocaten, om inlichtingen te verkrijgen en de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken. Hierbij wordt ook de mogelijkheid van mediation genoemd.
De comparitie zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en partijen worden verplicht te verschijnen, waarbij vertegenwoordiging door een bevoegde persoon vereist is. De rechtbank benadrukt dat niet verschijnen gevolgen kan hebben en dat na de comparitie geen nieuwe conclusies meer kunnen worden genomen. Het vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en op 23 april 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling van proceskosten wordt afgewezen en Biocop c.s. wordt veroordeeld in de kosten van het incident.