ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7248

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
19 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 08-0669
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 Woningwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwstop woningindeling in zes studio’s

De Rechtbank Utrecht behandelde op 19 maart 2008 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om bouwwerkzaamheden aan de woning aan de Justus van Effenstraat 34bis stil te leggen. De werkzaamheden betroffen het wijzigen van de woningindeling in zes zelfstandige studio’s zonder dat daarvoor een bouwvergunning was verleend.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de werkzaamheden niet van niet-ingrijpende aard waren zoals bedoeld in artikel 43 van Pro de Woningwet, omdat de verbouwing het karakter van het pand en de ruimtelijke en planologische uitstraling wezenlijk wijzigde. De zelfstandige bewoning van zes units met eigen douche en keuken, zonder gezamenlijke woonruimte, maakte dat het pand niet meer als eengezinswoning kon worden aangemerkt.

Omdat geen bouwvergunning was verleend en de werkzaamheden niet zonder vergunning konden worden uitgevoerd, was het college bevoegd om handhavend op te treden en de bouwstop op te leggen. Gezien het doel en de aard van het besluit was het niet noodzakelijk om te onderzoeken of legalisatie mogelijk was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwstop wordt afgewezen omdat de werkzaamheden zonder bouwvergunning niet mogen worden uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
zaaknummer: SBR 08/0669
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak
van de voorzieningenrechter van 19 maart 2008
inzake
[verzoekster],
gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
verweerder.
Inleiding
1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit van 28 januari 2008 waarbij verweerder onder andere de bouwwerkzaamheden voor het wijzigen van de indeling van de woning Justus van Effenstraat 34bis te Utrecht in zes studio’s heeft stilgelegd omdat voor deze werkzaamheden geen bouwvergunning is verleend.
1.2 Het verzoek is op 19 maart 2008 ter zitting behandeld, waar namens verzoekster zijn verschenen S.N.F. Kock en M. O’Connor, bijgestaan door mr. F. van der Brug, advocaat te Utrecht. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.P. de Keijzer, werkzaam bij de gemeente Utrecht.
Beslissing
2.1 Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter de volgende motivering gegeven.
Gronden
3.1 Aan de orde is het stilleggen van de bouwwerkzaamheden aan het pand Justus van Effenstraat 34bis te Utrecht. Tussen partijen is niet in geschil dat voor deze werkzaamheden geen bouwvergunning is verleend.
De voorzieningenrechter volgt verzoekster niet in haar betoog dat, omdat de werkzaamheden niet van ingrijpende aard zijn, voor de onderhavige werkzaamheden geen bouwvergunning is vereist. De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat de onderhavige werkzaamheden niet kunnen worden getypeerd als van niet-ingrijpende aard als bedoeld in artikel 43, eerste lid, aanhef en onder c van de Woningwet.
3.2 De term 'van niet-ingrijpende aard' moet immers in bouwkundige en in stedenbouwkundige zin worden opgevat. Bij dat laatste aspect spelen zowel het planologische als het feitelijke effect dat de ter beoordeling staande verandering op de omgeving heeft een rol.
3.3 Het pand is een eengezinswoning. De bouwwerkzaamheden worden verricht om in het pand zes units te creëren met een elk een douche en wasgelegenheid en een keuken. De indeling maakt elke units geschikt voor zelfstandige bewoning waarbij alleen het gebruik van het toilet en de opgang gedeeld hoeft te worden met de andere bewoners.
Hoewel het pand zijn woonfunctie blijft behouden, wijzigen door voormelde verbouwing het karakter van het pand en de ruimtelijke en planologische uitstraling daarvan zodanig dat geen sprake is van een wijziging van niet-ingrijpende aard.
Anders dan verzoekster stelt, zijn er onvoldoende aanwijzingen voor gezamenlijke bewoning die vergelijkbaar is met de bewoning door een gezin, reeds omdat in bouwplan niet is voorzien in enige gezamenlijke ruimte (buiten de toiletten en de opgang). Dat een vereniging eigenaar is van het pand acht de rechtbank niet van doorslaggevend belang.
3.4 Nu de bouwwerkzaamheden niet zonder bouwvergunning kunnen worden uitgevoerd en geen bouwvergunning was verleend, was verweerder bevoegd handhavend op te treden.
Gelet op de aard en het beoogde doel van het stilleggen van de bouwwerkzaamheden heeft verweerder zich niet de vraag hoeven te stellen of zich de mogelijkheid van legalisatie voordeed.
3.5 Onder deze omstandigheden is er geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.J.H. van Meegen, op 19 maart 2008.
Aldus opgemaakt door de griffier.
De griffier: De voorzieningenrechter:
mr. drs. H. Maaijen mr. H.J.H. van Meegen
Afschrift verzonden op: