ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1566
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde voorwaardelijke intrekking keuringsbevoegdheid APK-keurmeester
Eiser, werkzaam als APK-keurmeester, kreeg op 6 maart 2006 voorwaardelijk zijn bevoegdheid tot het uitvoeren van periodieke keuringen van motorvoertuigen tot 3500 kg ingetrokken vanwege een defect aan de rollenremtestbank tijdens een steekproef. Verweerder handhaafde dit besluit op 20 juni 2006, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het besluit bevoegd is genomen door de gemandateerde manager van de RDW. De rechtbank stelt vast dat eiser niet alle medewerking aan de steekproef heeft verleend omdat het defect aan de apparatuur het vaststellen van deugdelijkheid van het voertuig verhinderde. De rechtbank vindt echter dat de intrekking onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet duidelijk is welke voorwaarden gelden om onvoorwaardelijke intrekking te voorkomen, noch de duur en reikwijdte van de sanctie.
Verder concludeert de rechtbank dat de artikelen waarop verweerder zich deels baseerde niet van toepassing zijn op de keurmeester zelf, maar op de erkenninghouder. De rechtbank beveelt verweerder aan de sanctie opnieuw te motiveren, waarbij ook aandacht moet zijn voor de mogelijkheid van schorsing in plaats van intrekking. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot voorwaardelijke intrekking van de keuringsbevoegdheid wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.