Uitspraak
200105943/1, staat tegen de weigering tot afgifte van het keuringsbewijs ingevolge artikel 90, eerste lid, van de WVW bezwaar of administratief beroep bij de Dienst Wegverkeer open, waarbij de in de herkeuring geconstateerde gebreken, de kwalificatie daarvan en de toegekende strafpunten aan de orde kunnen worden gesteld. Reeds omdat appellant hiervan geen gebruik heeft gemaakt, staan de gebreken, de kwalificatie daarvan en de toegekende strafpunten in rechte vast. Dat appellant heeft afgezien van het indienen van bezwaar omdat hij vreesde voor negatieve gevolgen, komt voor zijn risico. De stelling van appellant dat hij geen bezwaar kon instellen omdat hij niet beschikte over de zogeheten gradatielijst om de kwalificaties te kunnen controleren slaagt evenmin. Nu de overtreding van de keuringseisen en de daaraan gekoppelde gradaties zijn vermeld op het steekproefcontrolerapport, dat ten tijde van de herkeuring door de RDW is opgesteld en dit rapport indertijd aan appellant is uitgereikt, kan niet worden gezegd dat appellant niet beschikte over voldoende gegevens om in bezwaar op te komen. In de omstandigheid dat appellant vanwege een herziening van de vaststelling van een eerdere cusumbijdrage pas op 29 juni 2001 heeft vernomen van de plaatsing in de P-klasse naar aanleiding van de herkeuring op 9 mei 2001 was evenmin een beletsel gelegen om bezwaar of administratief beroep in te stellen, aangezien de voor appellant ongunstige resultaten van de APK-herkeuringen altijd van belang zijn voor het verloop van de cusumstand.
200304551/1is dit beleid niet onredelijk. De bij het besluit van 23 mei 2002 opgelegde maatregel is in overeenstemming met het gevoerde beleid. Daarbij is bepalend dat appellant binnen een periode van twaalf maanden drie maal in de P-klasse is geplaatst. De voorzieningenrechter heeft met juistheid en op goede gronden geoordeeld dat de RDW in de door appellant aangevoerde omstandigheden geen aanleiding behoefde te zien af te wijken van dit beleid. In wat appellant hieromtrent in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.