ECLI:NL:RBUTR:2007:BA0010

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
16 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
224495/KG RK 07-32
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.J. Schepen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 119 SvArt. 353 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering conservatoir beslag op strafrechtelijk in beslag genomen runderen

Verzoeker heeft conservatoir beslag tot afgifte en levering van 69 runderen gevraagd die door het openbaar ministerie strafrechtelijk in beslag zijn genomen en ondergebracht bij een derde partij. De rechtbank overweegt dat het strafvorderlijk beslag en de bevoegdheden van het openbaar ministerie, waaronder de zelfstandige machtiging tot vervreemding van in beslag genomen goederen zonder voorafgaande rechterlijke machtiging, niet kunnen worden doorkruist door civielrechtelijk conservatoir beslag.

De voorzieningenrechter benadrukt dat de beslissing over teruggave van strafrechtelijk in beslag genomen goederen exclusief aan de strafrechter is voorbehouden en dat een civiele vordering daartoe niet ontvankelijk is. Tevens is het systeem zo ingericht dat indien goederen vervreemd zijn, de prijs moet worden uitgekeerd aan de rechthebbende.

Daarom is het leggen van conservatoir beslag op deze runderen niet toegestaan omdat dit het strafvorderlijk beslagstelsel en de kostenbeperkende bevoegdheden van het openbaar ministerie zou ondermijnen. Het gevraagde verlof wordt dan ook geweigerd.

Uitkomst: Het gevraagde verlof tot het leggen van conservatoir beslag op de runderen wordt geweigerd.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rekestnummer: 224495 / KG RK 07-32
Beschikking van 16 januari 2007
in het door
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
procureur mr. J.A.F. Boor ,
ingediende verzoekschrift, strekkende tot het verlenen van verlof om ten laste van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN JUSTITIE,
zetelend te 's-Gravenhage,
conservatoir beslag tot afgifte en levering te mogen leggen op de in het verzoekschrift bedoelde runderen van verzoeker die zich thans onder een derde (de te Bunnik gevestigde besloten vennootschap Kassing-De Raaphof B.V.) bevinden.
1. De beoordeling
1.1 Uit het verzoekschrift blijkt dat door verweerder in totaal 69 runderen bij verzoeker in beslag zijn genomen en vervolgens door verweerder in bewaring zijn gegeven aan voormelde derde. De voorzieningenrechter begrijpt dat de inbeslagneming heeft plaatsgevonden op grond van artikel 94 Sv Pro. Thans wenst verzoeker conservatoir beslag tot afgifte op al deze runderen te leggen op de gronden die zijn vermeld in het aangehechte verzoekschrift. Verzoeker is op 11 januari 2007 telefonisch over het verzoek gehoord.
1.2 Kort gezegd stelt verzoeker dat het strafvorderlijk beslag niet in stand kan blijven en dat teruggave van de dieren voorzienbaar is. Teneinde te voorkomen dat - zoals volgens verzoeker in de praktijk bij dergelijke beslagen gebruikelijk is - de dieren door verweerder zullen worden verkocht of zullen worden afgemaakt, wenst verzoeker thans conservatoir beslag tot afgifte te leggen. De voorzieningenrechter oordeelt over dit verzoek, mede gelet op de inhoud van het onder rolnummer 1591/02 KG tussen andere partijen gewezen arrest, waarvan verzoeker bij monde van zijn procureur telefonisch heeft verklaard dat hij de inhoud daarvan kent, als volgt.
1.3 Blijkens het voorgaande strekt het onderhavige verzoekschrift ertoe te voorkomen dat de dieren door verweerder, en dan meer in het bijzonder het openbaar ministerie, worden verkocht of afgemaakt. Het is de vraag of een dergelijk civielrechtelijk beslag mogelijk is gelet op het strafvorderlijke beslag en de bevoegdheden die het openbaar ministerie daaraan kan ontlenen. Aangaande deze bevoegdheden is van belang dat ingevolge het wettelijk systeem van artikel 117 Sv Pro geen voorafgaande rechterlijke machtiging vereist is indien het openbaar ministerie tot vervreemding wenst over te gaan van een in beslag genomen voorwerp. Een eventueel beklag op de voet van artikel 552a Sv tegen de machtiging ingevolge artikel 117 Sv Pro is onverenigbaar met dit wettelijk systeem (HR 2 maart 1999, NJ 1999, 416).
1.4 Deze zelfstandige bevoegdheid van het openbaar ministerie om machtiging tot vervreemding te verlenen is door de wetgever in het leven geroepen, teneinde het aantal voorwerpen dat bij justitie in bewaring is alsmede de daarmee gepaard gaande kosten van de bewaring drastisch te beperken. Indien de strafrechter later de teruggave van een in beslag genomen voorwerp gelast dat ingevolge een machtiging van het openbaar ministerie is vervreemd, dient de bewaarder ingevolge artikel 119 Sv Pro de prijs die het voorwerp heeft opgebracht (of redelijkerwijs zou hebben opgebracht) uit te betalen.
1.5 Met bovengenoemd stelsel is onverenigbaar dat degene onder wie de voorwerpen strafvorderlijk in beslag zijn genomen, door middel van een conservatoir beslag tot afgifte ten laste van de Staat de uitvoering van een machtiging tot vervreemding zou kunnen blokkeren. In de eerste plaats zou daardoor - behoudens indien het conservatoir beslag op grond van artikel 705 Rv Pro zou worden opgeheven - de bewaring uit hoofde van het strafvorderlijk beslag moeten voortduren totdat de strafrechter omtrent de teruggave beslist, tevens wordt daardoor de zelfstandige bevoegdheid van het openbaar ministerie om de duur en de kosten van de bewaring te beperken op onaanvaardbare wijze doorkruist.
1.6 Voorts is van belang dat geen hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Rv Pro denkbaar is waarin ten gronde over een vordering tot afgifte van strafvorderlijk in beslag genomen zaken kan worden beslist. De beslissing omtrent teruggave van de strafvorderlijk in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen is immers voorbehouden aan de strafrechter (artikel 353 Sv Pro). Een vordering bij de burgerlijke rechter tot teruggave is niet ontvankelijk. Ook een vordering die strekt tot een bevel tot teruggave nadat de bevoegde rechter een daartoe strekkende last heeft gegeven kan niet gelden als een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv Pro. De Staat zal immers, indien de strafrechter een last tot teruggave heeft gegeven en die uitspraak onherroepelijk is, daaraan zonder meer voldoen.
1.7 Voor een civielrechtelijk bevel tot nakoming van die last tot teruggave is slechts plaats indien een concrete dreiging bestaat dat de Staat onrechtmatig zal handelen door de last niet uit te voeren, maar daarvan kan niet worden uitgegaan. De omstandigheid dat aan een last tot teruggave niet meer kan worden voldaan indien de dieren reeds ingevolge de machtiging van het openbaar ministerie zijn vervreemd, staat aan het voorgaande niet in de weg, omdat in het stelsel van de wet daarin uitdrukkelijk is voorzien doordat alsdan de verkoopopbrengst moet worden uitbetaald (artikel 119 lid 2 Sv Pro).
1.8 De conclusie uit het voorgaande is dat het gevraagde verlof tot het leggen van een conservatoir beslag tot afgifte en levering van de onderhavige runderen in strijd is met het stelsel van zowel het strafvorderlijk als het conservatoir beslag.
1.9 Het gevraagde verlof zal derhalve worden geweigerd.
2. De beslissing
De voorzieningenrechter
weigert het gevraagde verlof tot het leggen van conservatoir beslag.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Schepen en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2007.
w.g. griffier w.g. rechter