ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ8163

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
8 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 07/0066
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56b WoningwetArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning eerste fase in Montfoort

Verzoekers, wonend in Montfoort, hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de bouwvergunning eerste fase die aan Hollands Midden B.V. is verleend voor het oprichten van commerciële ruimte, appartementen en een woning op een perceel in Montfoort.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verzoekers stellen dat een spoedeisend belang aanwezig is omdat anders een onomkeerbare situatie ontstaat en de bouwvergunning tweede fase niet wordt aangehouden, waardoor een bouwtitel ontstaat.

De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de bouw niet kan aanvangen voordat de huidige bebouwing is gesloopt en daarvoor eerst een sloopvergunning moet worden verleend. Aangezien deze vergunning nog niet is verleend, leidt het verlenen van de bouwvergunning tweede fase niet tot daadwerkelijke uitvoering van het bouwplan.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en worden geen proceskosten aan verweerder opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning eerste fase wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
zaaknummer: SBR 07/66
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 februari 2007
inzake
[verzoekers].,
allen wonend in Montfoort,
verzoekers,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort,
verweerder.
Inleiding
1.1 Bij besluit van 4 december 2006 heeft verweerder aan Hollands Midden B.V. vrijstelling en een bouwvergunning 1e fase verleend voor het oprichten van een commerciële ruimte, 15 appartementen en 1 woning op het perceel Schoolstraat 14 te Montfoort.
1.2 Gelet op het bepaalde in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen.
Overwegingen
2.1 Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2 Met betrekking tot het spoedeisend belang hebben verzoekers - kort weergegeven -aangevoerd dat zij willen voorkomen dat op korte termijn een onomkeerbare situatie zal ontstaan. Daarnaast hebben zij aangegeven dat op grond van het bepaalde in artikel 56b, eerste lid, van de Woningwet een spoedeisend belang dient te worden aangenomen omdat indien het onderhavige verzoek om voorlopige voorziening leidt tot schorsing van de bouwvergunning 1e fase, de beslissing omtrent de bouwvergunning 2e fase zal worden aangehouden. Op die manier wordt voorkomen dat een bouwtitel ontstaat.
2.3 Hetgeen verzoekers met betrekking tot de in artikel 56b, eerste lid, van de Woningwet bepaalde aanhouding hebben gesteld is juridisch juist, doch leidt in het onderhavige geval niet tot het aannemen van spoedeisend belang. Daartoe acht de voorzieningenrechter redengevend dat niet eerder met de bouw kan worden begonnen dan dat de huidige bebouwing is gesloopt. Daartoe zal eerst een sloopvergunning moeten worden verleend. Nu een dergelijke vergunning (nog) niet is verleend, zal het verlenen van een bouwvergunning 2e fase en het ontstaan van een bouwtitel niet kunnen leiden tot de daadwerkelijke uitvoering van het bouwplan.
2.4 De voorzieningenrechter ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening en acht geen redenen aanwezig om verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Beslissing
De voorzieningenrechter,
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.H. van Meegen en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2007.
De griffier: De rechter:
mr. G. Delissen mr. H.J.H. van Meegen
Afschrift verzonden op: