ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ6248
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging ziekengeld en terugvordering
De zaak betreft verzoeken van een vrouw tegen besluiten van het UWV van oktober 2006, waarbij haar ziekengeld per 21 juni 2006 werd beëindigd en een bedrag van € 2.751,- werd teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling.
Tijdens de zitting op 10 januari 2007 stelde de voorzieningenrechter vast dat het besluit tot beëindiging van het ziekengeld was gebaseerd op verouderde informatie en zonder recent medisch onderzoek was genomen. Dit was in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien was het besluit met terugwerkende kracht genomen, wat het rechtszekerheidsbeginsel schond.
Ook stond niet vast dat de ziekte van verzoekster geen verband hield met haar zwangerschap of bevalling, terwijl zij op die grond wel ziekengeld had ontvangen. Het UWV erkende dat de terugvordering niet stand zou houden bij heroverweging.
De voorzieningenrechter schorste de besluiten, kende een voorschot op ziekengeld toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, de besluiten tot beëindiging ziekengeld en terugvordering worden geschorst en een voorschot wordt toegekend.