ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0589
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Meurs
- S. Wijna
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens schending inlichtingenplicht WW wegens disproportionele boete
Eiser kreeg een boete van €715 opgelegd door het UWV wegens het niet nakomen van zijn inlichtingenplicht op grond van artikel 25 WW Pro. Hij had onjuist aangegeven dat zijn registratie als werkzoekende bij het CWI was verlengd, terwijl dit niet het geval was. De boete werd gebaseerd op het onterecht ontvangen bedrag van €7.110,45.
De rechtbank oordeelt dat de boete niet in overeenstemming is met de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid, omdat het hier ging om een eenmaal gemaakte fout gebaseerd op een onjuiste veronderstelling van eiser. De rechtbank benadrukt dat het beleid van het UWV om de boete te relateren aan het benadelingsbedrag op zich niet onredelijk is, maar dat in dit geval matiging op zijn plaats is.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep van eiser dat hij tweemaal wordt gestraft, omdat de boete en de eerdere maatregel op verschillende wettelijke grondslagen berusten. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuwe beslissing op bezwaar moet worden genomen binnen zes weken na uitspraak.
Uitkomst: Het boetebesluit van €715 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.