ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0362
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- W. van Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herintreding in congregatie na ontslag wegens gedragsproblemen
Eiseres trad in 1956 toe tot de Congregatie van de Zusters van de H. Jozef en legde haar eeuwige gelofte in 1962 af. In 1970 werd zij wegens haar gedrag, dat spanningen en verstoring van het gemeenschapsleven veroorzaakte, ontslagen en weggezonden door de overste van de congregatie met goedkeuring van de Aartsbisschop van Utrecht.
Eiseres vorderde in kort geding haar herintreding in de congregatie en verblijf in het huis van de congregatie. De rechtbank oordeelde dat de overste en het Aartsbisdom niet bevoegd waren om aan deze vordering te voldoen, en dat de vordering jegens de Aartsbisschop verjaard was. Tevens werd geoordeeld dat de wegzending rechtsgeldig was genomen na meerdere waarschuwingen en het niet ondertekenen van een gedragscode.
De rechtbank overwoog dat een voorlopige voorziening om eiseres toe te laten tot de congregatie niet passend was vanwege de verstoring die dit zou veroorzaken. Ook werd niet aannemelijk geacht dat een bodemprocedure tot herziening van het ontslag zou leiden. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot herintreding in de congregatie af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.