ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ0079
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige hinder door vervuild grondwater nabij bouwlocatie
Midreth, bestaande uit drie aan elkaar gerelateerde bouwbedrijven, vordert een verklaring voor recht dat Defensie onrechtmatige hinder veroorzaakt door het laten voortbestaan van vervuild grondwater op het terrein van de Kromhoutkazerne nabij de bouwlocatie. Midreth stelt dat hierdoor hogere bouwkosten zijn ontstaan doordat zij niet volgens de conventionele methode kon bouwen.
Defensie betwist de aansprakelijkheid en stelt dat de vervuiling zich niet naar het bouwterrein van Midreth verspreidt zonder dat Midreth zelf grondwater onttrekt. Tevens wijst Defensie op het saneringsbesluit van de gemeente Utrecht met termijnen waarbinnen sanering moet plaatsvinden, en benadrukt dat zij bereid is tot overleg en het zoeken naar oplossingen.
De rechtbank overweegt dat op Defensie als eigenaar van het vervuilde terrein geen directe saneringsplicht rust voordat de wettelijke termijnen zijn verstreken. De hinder ontstaat pas door de bouwactiviteiten van Midreth zelf, die het risico van verplaatsing van vervuiling activeert. De rechtbank concludeert dat er geen schending is van een zorgvuldigheidsnorm of sprake is van onrechtmatige hinder. De vordering wordt afgewezen en Midreth wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Midreth af wegens het ontbreken van onrechtmatige hinder door Defensie.