ECLI:NL:RBUTR:2006:AX9520
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.E. Visser
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Vermindering WW-uitkering wegens min-uren bij faillissement werkgever niet toegestaan
Eiseres diende een beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij haar WW-uitkering werd verminderd met min-uren die zij niet had kunnen inhalen vanwege het faillissement van haar werkgever. De werkgever was failliet verklaard en eiseres had een dienstverband bij een andere werkgever aangegaan. Het UWV bracht aanvankelijk 52,11 min-uren in mindering, maar na bezwaar werd dit verminderd tot 32,11 uren.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van artikel 61 en Pro 64 van de WW en de interpretatie van artikel 13, tweede lid, onder d, van de CAO Thuiszorg. Volgens de CAO mogen maximaal 20 min-uren per kwartaal worden overgeheveld naar een volgend kwartaal. De rechtbank oordeelde dat de resterende min-uren boven deze 20 uren voor rekening en risico van de werkgever komen, zeker als de werknemer beschikbaar was om deze uren te werken.
De rechtbank verwierp de uitleg van het UWV dat het resterende aantal min-uren voor rekening van de werknemer zou komen en oordeelde dat het UWV deze uren ten onrechte in mindering had gebracht op de WW-uitkering. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vermindering van de WW-uitkering met 32,11 min-uren wordt vernietigd.