ECLI:NL:RBUTR:2006:AX7963
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.B. Lakeman
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid gemaakte kosten Wet WOZ 1999-2002 en toepassing vangnetregeling
De gemeente Houten stelde beroep in tegen het besluit van de Waarderingskamer waarin de berekening van de gemaakte kosten voor de Wet WOZ over de jaren 1999 tot en met 2002 werd geaccordeerd tot een lager bedrag dan door de gemeente opgegeven. De gemeente maakte bezwaar tegen de gehanteerde systematiek voor de beoordeling van de redelijkheid van de kosten, de vergelijking met andere gemeenten, het niet meenemen van interne organisatiekosten en het vastgestelde uurtarief.
De rechtbank overweegt dat de systematiek van de Waarderingskamer is gebaseerd op wettelijke bepalingen en een ministeriële regeling die tot doel hebben de kostennormering te standaardiseren. De vergelijking met acht gemeenten is een verantwoord instrument om de redelijkheid van de kosten te toetsen. Het gehanteerde uurtarief, gebaseerd op het gemiddelde van 140 gemeenten, wordt als niet onredelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de interne organisatiekosten niet als specifieke waarderingskosten kunnen worden aangemerkt en dus niet in de verrekening worden meegenomen. De beoordelingsvrijheid van de Waarderingskamer is niet overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Houten tegen de kostenberekening Wet WOZ 1999-2002 wordt ongegrond verklaard.