ECLI:NL:RBUTR:2005:AV1708
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Dompeling
- S. Meurs
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring administratief beroepschrift inzake patronaatsgoedkeuring afgewezen
Eiser verzocht de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten om toestemming voor het aannemen van stagiaires en goedkeuring van zijn patronaat, waarbij verkorting van de inschrijftermijn als advocaat werd gevraagd. Dit verzoek werd op 13 oktober 2004 afgewezen. Eiser tekende administratief beroep aan tegen deze beslissing, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek een principieel karakter had en geen concreet actueel belang betrof.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 6 juli 2004 van eiser een principeverzoek betrof en geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De reactie van de Raad van Toezicht was daarom geen besluit in de zin van de Awb, waardoor het administratief beroepschrift niet ontvankelijk was. Eiser stelde belang te hebben bij zijn verzoek vanwege uitbreiding van zijn kantoor en het aantrekken van stagiaires, maar dit werd onvoldoende geacht.
De rechtbank vond dat verweerder terecht het administratief beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat er geen inhoudelijke belangenafweging hoefde plaats te vinden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het administratief beroepschrift wordt ongegrond verklaard.