ECLI:NL:RBUTR:2005:AU1448
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Buijs
- J.F. Bandringa
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht prostituees op grond van privaatrechtelijke dienstbetrekking volgens sociale zekerheidswetten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder dat haar werkzame prostituees vanaf 1 mei 2002 verplicht verzekerd zijn ingevolge de sociale zekerheidswetten. Verweerder baseerde dit op een rapport van de Belastingdienst van 17 september 2002, waarin werd vastgesteld dat de prostituees in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam zijn.
Eiseres betwistte de aanwezigheid van een gezagsverhouding en stelde dat zij slechts een kamerverhuurbedrijf exploiteert. Zij voerde aan dat de prostituees zelfstandig hun werkzaamheden bepalen en dat de door haar gestelde huisregels en voorschriften niet duiden op een dienstbetrekking. Tevens voerde zij aan dat het rapport van de Belastingdienst onzorgvuldig tot stand kwam en dat de voorschotnota's op basis van schattingen onjuist zijn.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de Belastingdienst zorgvuldig was uitgevoerd en dat verweerder terecht dit rapport als basis heeft genomen. De rechtbank stelde vast dat er wel degelijk sprake is van een gezagsverhouding, onder meer vanwege de organisatorische aanwijzingen, vastgestelde prijzen en het vooraf afrekenen met prostituanten. Ook werd geoordeeld dat de vergoeding aan de prostituees als loon moet worden beschouwd.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de prostituees verplicht verzekerd zijn op grond van de sociale zekerheidswetten. Tevens werd geoordeeld dat artikel 11 van Pro de Grondwet, dat het recht op onaantastbaarheid van het eigen lichaam garandeert, niet in de weg staat aan het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking in deze context.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzekeringsplicht van de prostituees vanaf 1 mei 2002.