ECLI:NL:RBUTR:2005:AU1446
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dubbele fictieve weigering en opdracht tot inhoudelijke besluitvorming WWB-vermogen
Eiser heeft de gemeente Utrecht verzocht om duidelijkheid over de consequenties van zijn aandeel in de boedelverdeling van zijn overleden moeder voor zijn WWB-uitkering. Ondanks het aanleveren van alle benodigde stukken nam de gemeente niet tijdig een besluit, waardoor eiser bezwaar maakte tegen deze fictieve weigering.
De rechtbank constateert dat de gemeente niet binnen de wettelijke termijnen heeft beslist, noch een kennisgeving heeft gedaan, wat strijdig is met de artikelen 4:13 en 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar van eiser werd weliswaar gegrond verklaard, maar de gemeente volstond met een opdracht aan de dienst Sociale Zaken & Werkgelegenheid om een besluit te nemen, zonder zelf een inhoudelijke beslissing te geven.
De rechtbank oordeelt dat dit in strijd is met artikel 7:11 Awb Pro, dat vereist dat bij gegrondverklaring van bezwaar duidelijk moet worden gemaakt welke gevolgen dit heeft. Daarom vernietigt de rechtbank zowel de fictieve weigering als het besluit van 22 december 2004 en herroept zij de primaire fictieve beslissing. Tevens legt zij een dwangsom op voor het niet tijdig nemen van een besluit binnen vier weken na deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de dubbele fictieve weigering en legt een dwangsom op voor het niet tijdig nemen van een inhoudelijke beslissing binnen vier weken.