ECLI:NL:RBUTR:2005:AS5957
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwstop wegens onduidelijke voorwaarde bouwvergunning bouwverkeer
Op 2 juni 2003 is aan verzoekster een bouwvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van een pand. Verweerder stelde dat bouwactiviteiten in strijd waren met een voorwaarde van die vergunning, namelijk dat de ontsluitingsroute voor bouwverkeer vanuit de noordelijke richting moest plaatsvinden om overbelasting van een bepaalde weg te voorkomen. Verzoekster kreeg een bouwstop opgelegd op grond van deze vermeende voorwaarde.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het bouwstopbesluit en betwistte het bestaan en de status van de genoemde voorwaarde. De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de besluiten op bezwaar niet kan worden afgeleid dat er een concrete, bindende voorwaarde is gesteld. De opmerkingen over de ontsluitingsroute en andere punten waren niet duidelijk geformuleerd als voorwaarden en waren deels voortgekomen uit overleg buiten de bezwaarprocedure, waarbij verzoekster niet betrokken was.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het handhavend optreden van verweerder op onjuiste gronden was gebaseerd en schorste het bouwstopbesluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoekster.
Uitkomst: Het bouwstopbesluit wordt geschorst omdat de vermeende voorwaarde niet als bindende voorwaarde geldt.