ECLI:NL:RBUTR:2004:AR5162
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen handhavingsbesluit dierenverblijf zonder bouwvergunning in Rhenen
Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rhenen om een dierenverblijf zonder bouwvergunning te verwijderen. Dit besluit was op 4 november 2003 genomen en op 10 augustus 2004 herbevestigd na bezwaar. Eerder was een beroep tegen een vergelijkbaar besluit gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering omtrent het gelijkheidsbeginsel.
In de huidige procedure is vastgesteld dat de eerdere argumenten van eiser reeds zonder voorbehoud zijn verworpen en dat het college nader onderzoek heeft gedaan naar vergelijkbare bouwwerken. Dit onderzoek wees uit dat sprake is van verschillende bestemmingen van de percelen, waardoor het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Daarnaast is de begunstigingstermijn tot 1 oktober 2004 redelijk geacht, mede omdat het bouwwerk mobiel is en verplaatsbaar. Verweerder heeft de verbeurdverklaring van de dwangsom tijdelijk opgeschort. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het niet noodzakelijk is gezien de hoofdzaak.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er worden geen proceskosten aan verweerder toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.