ECLI:NL:RBUTR:2004:AP1506
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- J.J. Verhoeven
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement stichting Befra
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak over bestuurdersaansprakelijkheid van de bestuurders van stichting Befra, die failliet ging. De curator stelde dat de bestuurders hun taak kennelijk onbehoorlijk hadden vervuld door onvoldoende toezicht te houden en een gebrekkige administratie te voeren, wat een belangrijke oorzaak was van het faillissement.
De rechtbank stelde vast dat Befra als stichting een onderneming dreef en daarom onderworpen was aan vennootschapsbelasting, waardoor artikel 2:138 BW Pro van toepassing was. Uit het rapport van de boedelaccountant bleek dat de administratie van Befra en de CV's onvolledig en onbetrouwbaar was. De bestuurders konden niet aannemelijk maken dat de administratie tijdens hun bestuur wel op orde was.
De rechtbank oordeelde dat het onbehoorlijk bestuur, waaronder het nalaten van toezicht op de penningmeester en de gebrekkige administratie, een belangrijke oorzaak van het faillissement was. De bestuurders werden hoofdelijk aansprakelijk gesteld, maar hun aansprakelijkheid werd gematigd tot 20% van het faillissementstekort met een maximum van €500.000. De aansprakelijkheid van een bestuurder die slechts kort bestuurder was, werd zelfs gematigd tot nihil.
Uitkomst: Bestuurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van 20% van het faillissementstekort met een maximum van €500.000, terwijl [gedaagde 3] wordt vrijgesteld van aansprakelijkheid.