ECLI:NL:RBUTR:2004:AP0995
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijstellingsbesluit aanleg weg vanwege onjuiste geluidsbelastingvaststelling
Eiser maakte bezwaar tegen een door de gemeente Utrecht verleende vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro voor de aanleg van de Stroomweg De Tol en de Noordelijke Stadsas, vanwege te hoge geluidsbelasting op zijn woning. De vrijstelling was gebaseerd op een besluit van Gedeputeerde Staten (GS) waarin hogere grenswaarden voor geluidsbelasting waren vastgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) vernietigde het besluit van GS tot vaststelling van deze hogere grenswaarden wegens onzorgvuldige voorbereiding en gebrek aan onderbouwing. Hierdoor verviel de rechtsgrondslag voor de vrijstelling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vernietiging van het GS-besluit met terugwerkende kracht betekent dat de vrijstelling niet rechtsgeldig tot stand is gekomen. De gemeente had onvoldoende rekening gehouden met de uitspraak van de ABRS en had niet tijdig een nieuw besluit genomen. Daarom werd het besluit van 3 juli 2003 vernietigd en het eerdere vrijstellingsbesluit geschorst.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de situatie geen spoedeisend belang meer rechtvaardigde. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste en zorgvuldige vaststelling van geluidsnormen bij het verlenen van vrijstellingen voor ruimtelijke projecten en de gevolgen van vernietiging van onderliggende besluiten.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor de aanleg van de weg is vernietigd wegens het ontbreken van een geldige vaststelling van hogere geluidsgrenswaarden.