ECLI:NL:RBUTR:2003:AH9931
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake verstrekking voorzieningen op grond van de Regeling Opvang Asielzoekers
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Financiën om het verzoek van de gemeente Utrecht om een machtiging ex artikel 6 van Pro Europese Verordening nr. 2580/2001 af te wijzen. Deze machtiging was bedoeld om verzoeker voorzieningen te verstrekken op grond van de Regeling Opvang Asielzoekers, waaronder een toelage, huisvesting en verzekeringen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker op de EU-lijst staat van personen aan wie geen financiële middelen mogen worden verstrekt vanwege terrorismebestrijding. Hoewel de gemeente Utrecht humanitaire redenen aanvoert voor verstrekking van middelen, handhaaft de minister het verbod op grond van kabinetsbeleid en EU-verordeningen.
De voorzieningenrechter constateert dat de ROA-verstrekkingen aan verzoeker inmiddels zijn beëindigd en dat het verzoek om voorlopige voorziening daardoor geen effect kan sorteren. Verder zijn er principiële rechtsvragen en samenhang met andere procedures die een uitspraak in deze voorlopige voorziening niet rechtvaardigen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de ROA-verstrekkingen aan verzoeker zijn beëindigd en principiële rechtsvragen spelen.