ECLI:NL:RBUTR:2001:AE2616
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning parkeergarage Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 13 juni 2001 een bouwvergunning voor een ondergrondse parkeergarage aan de Damstraat. Verzoekers, direct belanghebbenden vanwege hun nabijheid en belangen, maakten bezwaar tegen de vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening. Zij stelden onder meer dat de procedure onjuist was gevolgd, het bouwplan in strijd was met het stadsvernieuwingsplan "Bakenes", verkeersveiligheid in het geding was, en dat het plan milieu- en uitzichtproblemen veroorzaakte.
De rechtbank overwoog dat verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt. De vergunning was verleend in overeenstemming met het nieuwe bestemmingsplan "de Appelaar 2000" en het stadsvernieuwingsplan "Bakenes", waarbij de toegestane bouwhoogtes en bestemmingen niet werden overschreden. De door verzoekers aangevoerde bezwaren, waaronder verkeersveiligheid, milieuaspecten en het uitzicht, boden onvoldoende aanleiding om de vergunning te schorsen. Verweerder had de bouwplannen zorgvuldig getoetst en voorwaarden gesteld, en deskundigen hadden positieve adviezen uitgebracht.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging niet tot het treffen van een voorlopige voorziening kon leiden, mede gelet op de grote belangen bij tijdige realisatie van de parkeergarage. Er was geen aanleiding om de vergunning te weigeren of aan te houden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de parkeergarage in Haarlem wordt afgewezen.