ECLI:NL:RBUTR:2001:AD4858
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H.B. den Hartog Jager
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige grondverkoop door gemeente na delegatiebesluit
De v.o.f. Gebroeders De Rooij verzocht de gemeente Wijk bij Duurstede om een perceel grond te verkopen voor het opslaan en thermisch bewerken van gebruikte elektromotoren. Na een positief collegebesluit volgde commotie onder de bevolking en gemeenteraad. De provincie verleende een milieuvergunning die later werd vernietigd door de Raad van State. In 1993 droeg de gemeenteraad de bevoegdheid tot grondverkoop over aan het college van burgemeester en wethouders (B&W) via een delegatiebesluit.
De gemeente hield het perceel gereserveerd, maar de gemeenteraad besloot in 1995 unaniem niet in te stemmen met verkoop voor het oprichten van een smeltoven. De Rooij stelde dat B&W onrechtmatig handelden door de verkoop niet door te zetten, omdat zij zelfstandig bevoegd waren en de voorwaarden voldaan waren. De rechtbank oordeelde dat het delegatiebesluit een privatieve werking heeft, waardoor de gemeenteraad sinds 1993 niet meer bevoegd was tot besluitvorming over de grondverkoop.
De rechtbank stelde dat de voorwaarde van instemming door de gemeenteraad uit 1990 bleef bestaan, maar dat B&W onder eigen verantwoordelijkheid mochten besluiten en het gemeentelijk gevoelen konden meewegen. De afwijzing van de verkoop door B&W was daarom niet onrechtmatig. De vordering van De Rooij werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt De Rooij in de proceskosten.