ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8046
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake huisvestingsvergunning en ontruimingsbevel woonwagenstandplaats
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om geen huisvestingsvergunning te verlenen en tegen het ontruimingsbevel van de Officier van Justitie voor de woonwagenstandplaats Texel.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een bestuursrechtelijk besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met betrekking tot de weigering van de huisvestingsvergunning. De mededeling van illegale standplaatsinneming is een feitelijke constatering en het ontruimingsbevel is een strafrechtelijke maatregel die niet onder de bestuursrechter valt.
Daarnaast is de wettelijke beslistermijn voor het verzoek om een huisvestingsvergunning nog niet verstreken, zodat ook geen sprake is van een appellabel besluit wegens niet tijdig beslissen. Gezien deze omstandigheden is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat er geen spoedeisend belang bestaat.
De rechtbank ziet geen grond om verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoekers. De uitspraak is mondeling gedaan door de fungerend president van de rechtbank Utrecht op 2 november 2000.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het ontruimingsbevel en de weigering van een huisvestingsvergunning is afgewezen.