ECLI:NL:RBUTR:2000:AA6752
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering huursubsidie wegens onjuiste inschrijving bevolkingsregister
Eiser diende een aanvraag in voor huursubsidie over de periode van 1 juli 1997 tot en met 1 juli 1998, waarbij hij verklaarde alleen in de woning te wonen. De gemeente constateerde dat zijn voormalige vriendin pas per 23 oktober 1997 was uitgeschreven uit het bevolkingsregister, waardoor huursubsidie over de periode 1 juli tot 31 oktober 1997 werd geweigerd.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de vertraging in uitschrijving niet aan hem kon worden toegerekend. Verweerder stelde dat alleen bij ziekenhuisopname, verpleeghuisopname of detentie sprake kon zijn van een verschoonbare reden, en dat eiser niet aan de inschrijvingsvoorwaarden had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de beleidsmatige beperking door verweerder niet strookt met de ruime uitleg van artikel 9 lid 2 Huursubsidiewet Pro, waarin ook situaties zoals verhuizing van een medebewoner zonder tijdige doorgegeven adreswijziging zijn bedoeld. Verweerder dient zelf te beoordelen of de onjuiste inschrijving aan de huurder kan worden toegerekend en mag zich niet uitsluitend baseren op de gemeente.
Daarom werd het besluit vernietigd en werd eiser in het gelijk gesteld. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van huursubsidie over 1 juli tot 31 oktober 1997 wordt vernietigd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.