ECLI:NL:RBUTR:1999:AA3625
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van Kerkhoven
- T. Dompeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetting AWW-pensioen in nabestaandenuitkering op grond van de Anw
Eiseres ontving vanaf 1 juli 1991 een AWW-pensioen na het overlijden van haar echtgenoot. Met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (Anw) per 1 juli 1996 werd dit pensioen omgezet in een nabestaandenuitkering. Verweerder informeerde eiseres hierover middels een omzettingsbeschikking, waartegen zij bezwaar maakte. De rechtbank onderzocht of deze omzettingsbeschikking als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat de omzetting rechtstreeks voortvloeit uit wettelijke bepalingen van de Anw en niet uit een besluit van verweerder. De mededeling bevat geen publiekrechtelijk rechtsgevolg dat door verweerder is beoogd. De vermeende rechtsonzekerheid van eiseres over de inkomensachteruitgang vanaf 1 januari 1998 leidt niet tot een rechtsgevolg per 1 juli 1996. Een concreet rechtsgevolg kan pas optreden bij een latere herzieningsbeslissing.
Daarom was het bezwaar van eiseres tegen de omzettingsbeschikking niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van dat besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzettingsbeschikking is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen besluit in de zin van de Awb vormt.