ECLI:NL:RBSHE:2012:BY1145
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening arbeidsongeschiktheidsverzekering bij schadevergoeding ZZP-er na arbeidsongeval
Op 13 juli 2007 raakte de verzoeker, een ZZP-er, gewond bij een arbeidsongeval in opdracht van BTB, de rechtsopvolger van BekistingsTechniek Brabant B.V. De verzoeker stelde BTB aansprakelijk voor de schade en Achmea, als verzekeraar van BTB, erkende de aansprakelijkheid en deed voorschotbetalingen. De vraag was of Achmea de uitkeringen uit de door verzoeker afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) mocht verrekenen bij de schadevergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat de AOV een sommenverzekering is die uitkeert bij arbeidsongeschiktheid, ongeacht het daadwerkelijke inkomensverlies of het al dan niet hervatten van werk na omscholing. De uitkering staat los van de omvang van de inkomensschade waarvoor BTB aansprakelijk is. De kantonrechter verwierp het ontvankelijkheidsverweer van Achmea en bevestigde dat Achmea terecht in rechte betrokken is als verzekeraar.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad en de specifieke omstandigheden van de zaak oordeelde de kantonrechter dat verrekening van de AOV-uitkeringen niet redelijk is. Er bestaat geen direct verband tussen de uitkering en de schadevergoeding, en de aard van de aansprakelijkheid en de mate van verwijtbaarheid rechtvaardigen geen afwijking van dit uitgangspunt.
De kantonrechter verklaarde voor recht dat de AOV-uitkeringen niet in aanmerking komen voor verrekening op grond van artikel 6:100 BW Pro. Tevens werden de kosten van de deelgeschilprocedure vastgesteld op € 2.921,17, te betalen door BTB en Achmea.
Uitkomst: De uitkeringen uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering komen niet in aanmerking voor verrekening bij de schadevergoeding.