ECLI:NL:RBSHE:2011:BS1697
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over rechtsgevolgen WW-uitkering wegens ondeugdelijke motivering
Eiser was sinds 20 juni 2005 werkzaam bij een bedrijf en had daarnaast nevenwerkzaamheden. Na beëindiging van het dienstverband op 1 maart 2009 vroeg hij een WW-uitkering aan. Verweerder kende hem op 2 maart 2009 een WW-uitkering toe, gebaseerd op een verlies van 39 arbeidsuren per week. Later stelde verweerder vast dat een nieuw recht op WW-uitkering per 14 september 2009 was ontstaan vanwege een nieuw verlies van arbeidsuren.
Eiser betwistte dat dit nieuwe recht van rechtswege was ontstaan en voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd op welke juridische grondslag dit was gebaseerd. De rechtbank oordeelde dat het nieuwe recht op WW-uitkering inderdaad van rechtswege ontstaat wanneer aan de voorwaarden is voldaan, zonder dat een nieuwe aanvraag vereist is. Het werkbriefje van eiser werd als signaal gezien om het nieuwe recht geldend te maken.
Desondanks vond de rechtbank dat verweerder niet had voldaan aan de motiveringsplicht, omdat het besluit onvoldoende uitleg gaf over de juridische basis van het nieuwe WW-recht. Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het het nieuwe recht per 14 september 2009 en de hoogte van het terugvorderingsbedrag betrof. De rechtbank stelde het terugvorderingsbedrag vast op €10.133,22 en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het beroep tegen het besluit van 25 juni 2010 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit over het nieuwe WW-recht per 14 september 2009 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het terugvorderingsbedrag vastgesteld op €10.133,22.