ECLI:NL:RBSHE:2011:BR4888
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor materiële en immateriële schade door opzettelijke brandstichting met dodelijke slachtoffers
In deze civiele procedure vorderen eisers schadevergoeding van vier gedaagden die onherroepelijk zijn veroordeeld voor het medeplegen van brandstichting met dodelijke slachtoffers. De rechtbank stelt vast dat de aansprakelijkheid van alle gedaagden vaststaat op grond van de strafrechtelijke veroordelingen en het ontbreken van tegenbewijs.
Eisers hebben materiële schadeposten ingediend, waaronder ziekenhuisdaggeld, medische kosten, inboedelschade, verlies van verdienvermogen en economische kwetsbaarheid. De rechtbank wijst de meeste vorderingen toe, waarbij zij rekening houdt met reeds ontvangen verzekeringsuitkeringen en voorschotten uit de strafzaak. De immateriële schade wordt begroot op 120.000 euro voor de vrouw en 100.000 euro voor de man, waarbij het leed door het verlies van hun kinderen en de ernstige lichamelijke en psychische gevolgen zwaar meewegen.
De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagden dat zij niet het oogmerk hadden om eisers leed toe te brengen en benadrukt dat de brandstichting gericht was op het treffen van het hele gezin. De totale schadevergoeding wordt vastgesteld op ruim 335.000 euro, vermeerderd met wettelijke rente, en gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling. De proceskosten worden eveneens aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim 335.000 euro schadevergoeding en wettelijke rente aan eisers wegens opzettelijke brandstichting met dodelijke slachtoffers.