ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ9248
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag op bedrijfseconomische gronden
Eiser was sinds 2001 in dienst bij gedaagde als pensioenadviseur en werd op 1 november 2010 ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. Eiser vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de financiële gevolgen voor hem te zwaar wegen gezien zijn leeftijd, slechte arbeidsmarktkansen en het ontbreken van een ontslagvergoeding.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat het ontslag noodzakelijk was vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, dat zij een outplacementtraject heeft aangeboden en dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om ander werk te vinden. Tevens stelt gedaagde dat zij niet in staat is een substantiële vergoeding te betalen.
De kantonrechter stelt vast dat het ontslag kennelijk onredelijk is omdat eiser onvoldoende uitzicht had op passend werk en gedaagde geen adequate financiële voorziening heeft getroffen. Het vermeende disfunctioneren van eiser wordt niet aan hem toegerekend. De schadevergoeding wordt vastgesteld op de periode van 13 maanden tot eiser 62,5 jaar wordt, met een maandelijkse vergoeding van 70% van het laatstgenoten salaris, totaal €28.569,45 bruto. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €28.569,45 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, vermeerderd met wettelijke rente.