ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1617
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot benoeming van arbiters wegens ontbreken bevoorrechte positie
De zaak betreft een verzoek van de besloten vennootschap [A] aan de voorzieningenrechter om arbiters te benoemen in een hogerberoepsprocedure bij de vereniging [C], op grond van artikel 1028 Rv Pro. Dit verzoek volgde op een arbitrageprocedure waarin [A] vorderingen had ingesteld tegen [B] wegens vermeende ondeugdelijkheid van geleverde biomaïs.
De voorzieningenrechter heeft onderzocht of sprake was van een bevoorrechte positie van [B] bij de benoeming van de appelarbiters. Uit de arbitrage-bepalingen blijkt dat het bestuur van [C] uit een groot bestand van leden arbiters benoemt, waarbij geen aanwijzingen zijn dat [B] overwegende invloed heeft op deze benoeming. Ook is niet gesteld of gebleken dat [B] lid is van het bestuur van [C].
Daarnaast is overwogen dat artikel 1028 Rv Pro niet ziet op de deskundigheid of partijdigheid van arbiters, maar op de benoemingsprocedure zelf. De stellingen van [A] over de gang van zaken in eerste aanleg en het arbitraal vonnis leiden niet tot een ander oordeel. Het verzoek wordt daarom afgewezen en [A] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het verzoek van [A] om arbiters te benoemen wordt afgewezen wegens ontbreken van een bevoorrechte positie van [B].