ECLI:NL:RBSHE:2011:BP4806
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweer na onjuiste beëindiging strafzaak
De zaak betreft een mishandeling op 30 april 2009 waarbij verdachte een persoon met een glas in het gezicht sloeg. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet bewezen was en sprak verdachte vrij. Het subsidiair ten laste gelegde mishandeling werd wel bewezen verklaard, maar de rechtbank achtte het beroep op noodweer gegrond en sprak verdachte vrij van alle rechtsvervolging.
Een procedureel geschil speelde rondom de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De rechtbank had eerder ex art. 36 Sv Pro de zaak beëindigd zonder de rechtstreeks belanghebbende te horen, terwijl het gerechtshof ex art. 12 Sv Pro de vervolging had bevolen. De rechtbank oordeelde dat ondanks het verzuim de beslissing van het hof prevaleert en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk.
De rechtbank wees de vordering van de benadeelde partij af en veroordeelde haar in de kosten. De uitspraak benadrukt het belang van het horen van rechtstreeks belanghebbenden bij beëindiging van strafzaken en bevestigt het recht op verdediging door noodweer in de onderhavige feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens noodweer en de officier van justitie wordt ontvankelijk verklaard ondanks eerdere onjuiste beëindiging van de zaak.