ECLI:NL:RBSHE:2010:BY9833
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging pandrecht en verrekening vordering factorloon na faillissement
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een geschil tussen curatoren van failliete ondernemingen en Fortis Commercial Finance N.V. omtrent de vraag of Fortis haar vordering uit gederfde factorloon en rente na faillissement mocht verrekenen met het pandrecht op debiteurenvorderingen. De ondernemingen [A] en [B] hadden een factoringovereenkomst gesloten met Fortis, waarbij handelsdebiteuren waren verpand.
Na faillissement van beide ondernemingen ontstond een vordering van Fortis wegens beëindiging van de factorovereenkomst. De curatoren stelden dat deze vordering niet onder het pandrecht viel en niet verrekend mocht worden, omdat het een toekomstige vordering betrof die pas na faillissement was ontstaan. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat het pandrecht mede strekte tot deze vordering, die voortvloeit uit de vóór faillissement gesloten overeenkomst.
De rechtbank stelde vast dat het pandrecht pas eindigt wanneer alle vorderingen waarvoor het is gevestigd, zijn voldaan. Omdat de vordering uit gederfde inkomsten nog niet was voldaan, bestond het pandrecht nog en mocht Fortis verrekenen. De vorderingen van de curatoren werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Fortis mocht de vordering uit gederfde factorloon en rente verrekenen met het pandrecht op debiteurenvorderingen; vorderingen curatoren werden afgewezen.