ECLI:NL:RBSHE:2010:BN5919
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens harddrugs
Verzoeker exploiteert een dierenspeciaalzaak in een bedrijfspand waar ruim anderhalve kilo cocaïne werd aangetroffen. Verweerder, de burgemeester van 's-Hertogenbosch, heeft krachtens artikel 13b van de Opiumwet besloten het pand voor onbepaalde tijd met een minimumduur van één jaar te sluiten. Verzoeker betwist het besluit en vraagt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd is tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet en dat het besluit niet kennelijk onredelijk is. Het financieel belang van verzoeker en de aanwezigheid van dieren en diervoeder in het pand vormen geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid leiden. Verzoeker had ruim de tijd om de inventaris elders onder te brengen.
De rechter concludeert dat de onmiddellijke sluiting niet disproportioneel is en dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.