ECLI:NL:RBSHE:2009:BK4849
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- M.L.W.M. Viering
- R.L.M. Heemskerk-Pleging
- M. Th. van Vliet
- Rechtspraak.nl
Einde strafzaak wegens onredelijk tijdsverloop en nalatigheid openbaar ministerie
De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft op 1 december 2009 besloten dat de strafzaak tegen verzoekster is geëindigd. Dit besluit volgt op een verzoek ex artikel 36 Wetboek Pro van Strafvordering, waarin werd gesteld dat de redelijke termijn voor vervolging was overschreden. De zaak betrof een langdurig traject met als aanvangstijdstip 9 september 2004, het moment waarop het openbaar ministerie verzoekster informeerde dat zij verdachte was.
De rechtbank constateerde dat het openbaar ministerie tot 25 juli 2005 voortvarend handelde, maar daarna gedurende ruim drie jaar en zeven maanden vrijwel geen activiteiten ontplooide. De verdediging had herhaaldelijk om stukken verzocht, waaronder kopieën van verhoren bij de rechter-commissaris uit 2005, die pas bijna vier jaar later werden verstrekt. Het openbaar ministerie verwees naar capaciteitsproblemen en een lopende artikel 12 Sv Pro procedure, maar de rechtbank vond dat dit geen voldoende rechtvaardiging bood voor het langdurige tijdsverloop.
De rechtbank benadrukte dat artikel 36 Sv Pro bedoeld is om een verdachte te beschermen tegen onredelijk oponthoud en onzekerheid over vervolging. Gelet op het tijdsverloop, het niet voortvarende optreden van het openbaar ministerie en de nalatigheid in het verstrekken van processtukken, achtte de rechtbank het verzoek tot beëindiging van de strafzaak gegrond. Daarmee is de strafzaak tegen verzoekster formeel geëindigd.
Uitkomst: De strafzaak tegen verzoekster is geëindigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en nalatigheid van het openbaar ministerie.