ECLI:NL:RBSHE:2009:BK3464
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- N.H.J.M. Veldman-Gielen
- M. van ’t Klooster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kapvergunningen voor waardevolle bomen in museumtuin Noordbrabants Museum
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verleende drie kapvergunningen voor het kappen van diverse bomen, waaronder een waardevolle paardenkastanje, in de museumtuin van het Noordbrabants Museum. Stichting Boom & Bosch, de Bomenstichting en andere belanghebbenden maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank beoordeelde allereerst de ontvankelijkheid van de beroepen en stelde vast dat Boom & Bosch en de Bomenstichting belanghebbenden zijn in de zin van de Awb. Vervolgens werd de vraag behandeld of het college in redelijkheid de vergunningen kon verlenen. Er is geen wettelijk toetsingskader met weigeringsgronden, waardoor een algemene belangenafweging geldt, waarbij het college een zwaardere motiveringsplicht heeft bij waardevolle bomen.
Het college heeft het economisch belang van de museumuitbreiding en de synergie tussen musea als zwaarwegend belang onderbouwd. Het bouwplan is aangepast om enkele waardevolle bomen te behouden, maar het behoud van de paardenkastanje bleek technisch en ruimtelijk niet haalbaar. Het college heeft drie alternatieven onderzocht en deze door de architect laten beoordelen, waarbij werd geconcludeerd dat deze alternatieven niet tot een gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren leiden.
Een vierde alternatief werd pas in de beroepsfase ingebracht en bleef buiten beschouwing. De rechtbank oordeelde dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en dat de besluiten voldoende zijn gemotiveerd. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de kapvergunningen voor waardevolle bomen in de museumtuin worden ongegrond verklaard.