ECLI:NL:RBSHE:2009:BI3621
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming echtgenote vereist voor borgtocht bij betalingsregeling belastingdienst
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van een borgtocht die door [gedaagde] is verstrekt ten behoeve van een betalingsregeling met de Belastingdienst. De kernvraag was of voor deze borgtocht toestemming van de echtgenote vereist was op grond van artikel 1:88 lid 5 BW Pro, dat toestemming vereist voor rechtshandelingen van een bestuurder die niet binnen de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap vallen.
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] bestuurder en enig aandeelhouder was van de vennootschappen waarvoor de borgtocht werd gegeven. De Belastingdienst stelde dat het vragen van uitstel van betaling van belastingschulden een normale bedrijfshandeling is, zodat geen toestemming van de echtgenote nodig zou zijn. [gedaagde] betwistte dit en voerde aan dat het uitstel juist werd gevraagd om faillissement te voorkomen, wat niet tot de normale bedrijfsuitoefening behoort.
De rechtbank volgde het standpunt van [gedaagde] en oordeelde dat het uitstel van betaling niet kan worden gezien als een rechtshandeling ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschappen. De borgtocht is daarom vernietigd wegens het ontbreken van de vereiste toestemming van de echtgenote. De vorderingen van de Belastingdienst werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De borgtocht is vernietigd wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote, waardoor de vorderingen van de Belastingdienst worden afgewezen.