ECLI:NL:RBSHE:2008:BF4127
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 4:6 Awb bij handhavingsverzoek nieuwe eigenaren perceel
Eisers, als nieuwe eigenaren van een perceel, verzochten handhaving tegen de bedrijfsactiviteiten van derde-belanghebbende op dat perceel. Verweerder wees het verzoek af, waarbij verweerder zich op het standpunt stelde dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing was omdat het verzoek van andere aanvragers afkomstig was dan het eerdere verzoek uit 1995.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eisers wel als een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro moet worden gezien, aangezien zij nu eigenaar zijn van hetzelfde perceel. Verweerder had zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat artikel 4:6 niet Pro van toepassing was en had daardoor onterecht een volledige inhoudelijke beoordeling gemaakt.
Desalniettemin oordeelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was het oorspronkelijke besluit te herzien omdat eisers geen nieuwe feiten of omstandigheden hadden aangevoerd. De eerdere afwijzing van het handhavingsverzoek bleef daarom in stand en het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees verder op de mogelijkheid voor eisers om het beroep van de vorige eigenaar voort te zetten, maar zij hadden hiervan afgezien. De rechtbank vond dat het voortzetten van het bedrijf door derde-belanghebbende geen nieuw feit was, aangezien het oorspronkelijke besluit geen tijdslimiet aan de exploitatie had verbonden.
De uitspraak werd gedaan door rechter Winfield en griffier Van Wendel de Joode op 24 september 2008. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het afwijzingsbesluit van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.