ECLI:NL:RBSHE:2008:BE9907
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek medische indicatie ontslag
Belanghebbende was politieambtenaar en nam per 1 januari 2007 ontslag na een vaststellingsovereenkomst waarbij zij een ontslagvergoeding ontving. Zij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd toegekend. Eiser, de werkgever, betwistte dit omdat hij meent dat belanghebbende verwijtbaar werkloos is geworden en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de medische indicatie voor ontslag.
De rechtbank oordeelt dat de summiere verklaring van de behandelend psychiater niet voldoende is om vast te stellen dat er een medische indicatie was voor het ontslag of dat voortzetting van het dienstverband tot gezondheidsschade zou leiden. Het UWV had nader onderzoek moeten verrichten en een zorgvuldige afweging moeten maken, mede gelet op de belangen van de werkgever.
Het bezwaar van eiser tegen het besluit van het UWV is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en de proceskosten zijn onterecht niet toegekend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het de WW-uitkering betreft en gelast het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast wordt het door eiser betaalde griffierecht aan hem vergoed en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank laat het primaire besluit van 9 juli 2007 in stand, omdat het UWV in de bezwaarprocedure het gebrek kan herstellen en de zaak opnieuw kan motiveren.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van een WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de medische indicatie voor ontslag.