ECLI:NL:RBSHE:2007:BB7378
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing onverkorte betalingsplicht hoge Wav-boete wegens schending onschuldpresumptie
Verzoekster, een bedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €136.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de onmiddellijke invordering van de boete te schorsen, omdat zij niet in staat was de boete te betalen en de procedure lang zou duren.
De voorzieningenrechter overwoog dat het direct invorderen van een dergelijke hoge boete tot onevenredige financiële lasten leidt en daarmee in strijd is met de onschuldpresumptie zoals neergelegd in artikel 6, tweede lid, EVRM. Ondanks dat de Wav een lik-op-stukbeleid nastreeft, moet een redelijke afweging worden gemaakt tussen de belangen van de overheid en de betrokkene.
De rechter oordeelde dat verzoekster voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de boete niet kon betalen en dat een betalingsregeling onvoldoende zou zijn om de financiële gevolgen te voorkomen. Daarom werd het bestreden besluit geschorst, waarbij tevens werd bepaald dat de Staat de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster moet vergoeden.
Er werd expliciet benadrukt dat met deze uitspraak geen oordeel is gegeven over de (on)schuld van verzoekster, maar alleen over de voorlopige schorsing van de betalingsplicht om schending van de onschuldpresumptie te voorkomen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot onmiddellijke invordering van de hoge Wav-boete wordt geschorst wegens schending van de onschuldpresumptie.