ECLI:NL:RBSHE:2007:BA9861
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Visser
- N.M. Spelt
- W.A.F. Damen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid officier van justitie en berekening ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugszaak
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de ontvankelijkheid van de officier van justitie en de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een zaak betreffende medeplegen van opiumwetdelicten. De zaak betrof meerdere veroordeelden die deelnamen aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige hennephandel, zowel binnenlands als export naar Engeland en Duitsland.
De rechtbank onderzocht de bewijsmiddelen waaronder telefoongesprekken, vertrouwelijke communicatie en RCIE-processen-verbaal. De RCIE-informatie werd niet als bewijsmiddel geaccepteerd voor de berekening van het voordeel vanwege de beperkingen in hoor en wederhoor. De rechtbank baseerde de extrapolatie van de drugshandel op de tapgesprekken en andere wettige bewijsmiddelen, waarbij een wekelijkse omzet van 104 kilo hennep werd vastgesteld.
De rechtbank ging in op het beroep van de verdediging op het Geeringsarrest en het recht op verdedigingsrechten, maar verwierp dit en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd uitgesplitst per veroordeelde, rekening houdend met hun rol en periode van deelname. Voor de veroordeelde in deze uitspraak werd een bedrag van €832.096 vastgesteld als ontnemingsmaatregel.
De rechtbank wees ook op de mogelijkheid van matiging van het betalingsbedrag bij toekomstige betalingsonmacht, maar achtte dat op dit moment niet aannemelijk. De uitspraak werd gedaan na meerdere zittingen en schriftelijke procedures, waarbij de vordering van de officier van justitie in de loop van het proces werd verlaagd.
Uitkomst: De veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €832.096 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel.